Staten vieren negentig jaar democratie, maar in 1938 mocht slechts drie procent stemmen

WILLEMSTAD – De Staten van Curaçao bereiden een viering van negentig jaar parlementaire democratie voor, maar bij het gekozen jubileumjaar 1938 valt een belangrijke historische kanttekening te plaatsen. Destijds mocht slechts drie procent van de bevolking stemmen en werd een derde van de parlementariërs rechtstreeks door de koloniale gouverneur benoemd. Pas elf jaar later, in 1949, vonden de eerste verkiezingen plaats op basis van algemeen kiesrecht.
Dat blijkt uit historische gegevens over de eerste Statenverkiezingen en het instellingsbesluit dat het parlement op 8 oktober heeft genomen. De Staten beschouwen 5 april 1938 als het begin van de parlementaire democratie op Curaçao. Op die dag kwamen de eerste gedeeltelijk gekozen koloniale Staten bijeen.
In het besluit erkennen de Staten dat het parlement destijds via beperkt kiesrecht tot stand kwam. Volgens de huidige volksvertegenwoordiging werden daarmee wel de fundamenten gelegd voor een echte democratie.
Slechts 2.754 kiezers
De verkiezingen van december 1937 vonden plaats in het toenmalige gebiedsdeel Curaçao, waartoe ook de andere eilanden van de Nederlandse Antillen behoorden. Op een bevolking van 90.870 inwoners stonden slechts 2.754 mannen geregistreerd als kiezer.
Het kiesrecht was afhankelijk van inkomen, bezit of opleiding. Vrouwen mochten niet stemmen. Ook het overgrote deel van de mannelijke bevolking was uitgesloten.
Bovendien hadden de kiezers maar beperkte invloed op de samenstelling van het parlement. Van de vijftien Statenleden werden er tien gekozen. De overige vijf werden benoemd door de gouverneur, die zelf door Nederland werd aangesteld.
De gouverneur oefende bovendien samen met de Staten de wetgevende macht uit en was verantwoording verschuldigd aan de Nederlandse regering, niet aan de Curaçaose bevolking.
Democratische doorbraak in 1949
De werkelijke democratisering volgde pas na de Tweede Wereldoorlog. In 1948 werd het algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen ingevoerd. Op 17 maart 1949 vonden de eerste algemene verkiezingen plaats, waarbij alle Statenleden werden gekozen.
Het verschil met 1937 was groot. Alleen al op het eiland Curaçao waren in 1949 bijna 38.000 mensen stemgerechtigd, onder wie ruim 19.600 vrouwen. Bij de verkiezingen bracht meer dan tachtig procent van de kiesgerechtigden zijn stem uit.
Daarmee kreeg de volksvertegenwoordiging voor het eerst een veel bredere democratische basis.
Ook toen was de koloniale verhouding met Nederland nog niet verdwenen. De bestuurlijke autonomie ontwikkelde zich verder in de jaren daarna en kreeg in 1954 vorm met het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.
Beginpunt ter discussie
De keuze voor 1938 is historisch verklaarbaar. In dat jaar werd de volledig benoemde Koloniale Raad vervangen door een parlement waarin voor het eerst gekozen vertegenwoordigers zitting hadden. Daarmee begon de ontwikkeling naar een parlementair democratisch stelsel.
Maar de vraag is of dat ook het begin van de democratie genoemd kan worden, wanneer ongeveer 97 procent van de inwoners geen stem mocht uitbrengen en de koloniale gouverneur een derde van de zetels bepaalde.
Het roept de vraag op waarom de Staten negentig jaar parlementaire democratie willen vieren en niet het moment waarop algemeen kiesrecht werd ingevoerd.
Twee jaar voorbereiding
Het parlement heeft inmiddels besloten een tijdelijke commissie van vijf leden in te stellen die de herdenking moet voorbereiden. De commissie begint op 1 januari 2027 en krijgt tot eind 2028 de tijd om voorstellen uit te werken.
Volgens het instellingsbesluit moet de commissie invulling geven aan een eerbetoon aan negentig jaar Staten en parlementaire democratie.
Welke Statenleden in de commissie plaatsnemen en hoe de historische ontwikkeling van het kiesrecht in de herdenking wordt belicht, is nog niet bekendgemaakt.




































